Vanaf de jaren 1840 begon in Nederland de kritiek op koloniale misstanden luider te klinken. Tot 1848 hoefde de koning  helemaal geen verantwoording af te leggen aan de volksvertegenwoordiging over zijn koloniale beleid. De koning mocht in principe alles zelf beslissen, dat was zijn ‘koninklijke prerogatief’. Liberalen meenden dat het tijd werd dat de overheid meer verantwoording aflegde over het gevoerde beleid. Om te beginnen moest er meer informatie over de koloniën beschikbaar komen voor kritische politici en burgers. Ze pleitten, in eigen woorden, voor ‘openbaarheid in koloniale aangelegenheden’.

Om een dreigende revolutie te voorkomen kreeg Nederland in 1848 een liberale grondwet en kwamen de liberalen in de regering, onder leiding van Thorbecke. In de grondwet was vastgelegd dat de regering verantwoording moest afleggen aan de volksvertegenwoordiging. De Minister van Koloniën moest dus verslag uitbrengen van zijn beleid en dat verdedigen in de Tweede Kamer, waar hij ook de koloniale begroting moest voorleggen. Dit had tot gevolg dat er binnen de Tweede Kamer veel meer gedebatteerd werd over koloniale kwesties, onder meer over het cultuurstelsel. Een ander heel belangrijk gevolg was dat Nederlandse burgers zich meer betrokken gingen voelen bij wat er in de koloniën gebeurde. 

Burgers gingen zich steeds duidelijker uitspreken tegen sociale misstanden, omdat ze het gevoel hadden dat dat in het nieuwe politieke stelsel hun morele plicht was. Zoals een bestuurslid van de Maatschappij tot Nut van den Javaan (De vereniging van Bosch) zei:

‘De tijd van gezag is voorbij’, zowel op godsdienstig als op politiek gebied. ‘Het volk wil niet meer aan den leiband loopen; het wil zien, zelf zien en beoordeelen wat er gebeurt: en daarin heeft het gelijk! We behoeven niet alles goed te keuren omdat de Regeering het zoo besluit,we behoeven niet alles voor zoete koek op te eten wat ons wordt voorgezet; het volk is er niet voor de Regeering, maar de Regeering voor het volk.’

Die laatste constatering had ingrijpende consequenties: wanneer de publieke opinie hervorming wilde, dan moest moest de regering daaraan gehoor geven, ‘en anders moet zij aftreden’

See also: Representing Distant Victims: The Emergence of an Ethical Movement in Dutch Colonial Politics, 1840-1880

Read more about the role of state and civil society here. To learn more about Boschs’ life as a political activist go to Wij protesteren! Maar hoe? or read about the Maatschappij tot Nut van den Javaan.

 

 

Cultuurstelsel       Bosch

Protest!      Latere Leven     Wij protesteren! Maar hoe?

Civil society of staatstaak?       De Maatschappij tot Nut van den Javaan

Publications

Reference list

Tweede wekstem aan Nederland     Open brief aan het Nederlansche volk